Hieronder staan enkele begrippen die van belang zijn voor dit document.

Investeringen

Uitgaven om duurzame kapitaalgoederen (bruggen, wegen, gebouwen en dergelijke) te verkrijgen of te realiseren. Deze kapitaalgoederen gaan meerdere jaren mee en leiden tot kapitaallasten. We maken onderscheid in:

  • investeringsplan: dit zijn de investeringen die zijn opgenomen in het investeringsplan 2025-2029. De rente en afschrijvingslasten hiervan zijn verwerkt in de meerjarenbegroting;

  • nieuwe investeringen: dit zijn nieuwe investeringen die binnen de scope van het huidige meerjarenbeeld vallen en waarvoor bij dit SPI krediet wordt aangevraagd. De rente- en afschrijvingslasten hiervan worden verwerkt bij de voorjaarsrapportage;

  • lange termijn investeringen: dit zijn zowel vervangingsinvesteringen als lange termijn investeringen die buiten de scope van de meerjarenbegroting vallen.
    De begrippen lichten we verder toe in het hoofdstuk Strategisch perspectief.

Krediet

Het totale budget dat benodigd is voor een investering noemen we krediet. We maken onderscheid in:

  • geautoriseerd krediet: het totale bedrag dat voor een investering beschikbaar is gesteld door de raad. Dit bedrag wordt verdeeld in jaarschijven. Per kalenderjaar wordt een jaarschijf vrijgegeven;

  • vrijgegeven krediet: het krediet dat voor het onderhavige jaar is vrijgegeven om te besteden, een jaarschijf;

  • nog te autoriseren krediet: een krediet dat door de raad nog moet worden goedgekeurd;

  • kredietverschuiving: het doorschuiven van een vrijgegeven krediet van een kalenderjaar naar een ander kalenderjaar.

Kapitaallasten

Dit zijn de rente- en afschrijvingslasten samen. De afschrijvingslasten starten in het jaar ná gereedkomen van de investering. De rentelasten worden berekend over de boekwaarde van de investeringen per 1 januari met de vastgestelde rekenrente. Omdat de boekwaarde jaarlijks daalt dalen ook de rentelasten.

Bruto investeringen

Het totale investeringsbedrag zonder aftrek van bijdragen van derden of bijdragen uit reserves.

Netto investeringen

Het totale investeringsbedrag ná aftrek van bijdragen van derden en bijdragen uit reserves. Met dit nettobedrag worden de te dekken kapitaallasten berekend.

Bijdrage derden

De financiële middelen die van andere partijen, onder andere medeoverheden, worden ontvangen om een project (deels) te bekostigen. De reden van verstrekking is omdat een project bijdraagt aan de realisatie van de beleidsdoelen van die partij.

Raadsbevoegdheid

De gemeenteraad is uit hoofde van het budgetrecht bevoegd om kredieten te autoriseren, vrij te geven, aan te passen of te verschuiven.

Risico’s

Dit zijn mogelijke gebeurtenissen die een negatief effect kunnen hebben op het bereiken van de gemeentelijke doelstellingen of gebeurtenissen die mogelijk een gevaar kunnen vormen voor het adequaat uitvoeren van de gemeentelijke taken.

Solvabiliteit

De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Een hoger percentage duidt op een hogere financiële weerbaarheid van de gemeente. Het is de meest omvattende globale indicator van de vermogenspositie.

Netto schuldquote

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlasten ten opzichte van de eigen middelen en is hiermee een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken.

Lasten schuldenpositie

De mate van (in)flexibiliteit van de begroting wordt beïnvloed door de rente- en afschrijvingslasten, die gedekt moeten worden. Hoe hoger dit aandeel is, hoe minder mogelijkheid er is om middelen in te zetten voor andere prioriteiten. Tevens geeft de hoogte van de rentelasten aan over welk deel van de begroting een risico wordt gelopen als gevolg van grote rentefluctuaties.